Column
Meunier
Pluto, een eenzame rots, herontdekt in 1976, gelegen in de verste regionen van ons zonnestelsel. Zoals zoveel in het universum begon zijn bestaan zonder status. Dan planeet. Daarna dwergplaneet. Wie weet wat hij over een paar eonen nog wordt. Eerst een grijze mus, later een onverwachte blauwe schijn. Onbegrepen en verlaten. Tot satelliet New Horizons langskwam en een deel van zijn mysterie wegnam.
Onderwereld
Genoemd naar de Romeinse God Pluto; een misverstaan enigma. Oudste telg van de Romeinse Olympianen en door zijn jongste broer, Jupiter, opgezadeld met de onderwereld. Dood en verderf. Wellicht gedoemd ter eenzaamheid en een bestaan zonder liefde.
In een opwelling ontvoerde hij de nicht van Jupiter, kind van zijn zus Demeter, Persephone godin van de lente. Een waar stockholmsyndroom trad op en ze werd verliefd op hem. Pluto zag zichzelf in een nieuw licht... Niet langer enkel heerser van schaduwen. De seizoenen keerden terug.
Meunier
Zo geschiedde het ook met Meunier, eeuwenlang een eerbare telg van de Pinot familie, een huis met aanzien, met geschiedenis, met een naam die zwaarder woog dan de druif zelf. Pinot was geen variëteit, het was een dynastie. Een stamboom die terugging tot tijden waarin afkomst besliste wie mocht spreken en wie moest zwijgen. Zoals koninkrijken ooit functioneerden, toen macht niet in wetten zat maar in bloed, en namen werden uitgesproken met een lichte buiging van het hoofd.
Tot stokken en druiven zelf het woord namen. Geen dennenappelvormige tros. Geen genetische verwantschap. Geen Pinot. De familieranken sloten zich als poorten bij valavond. De naam werd ingetrokken, de titel afgenomen. Meunier bleef achter, niet verbannen, maar wel ontheemd, zoals bastaarden dat zijn: erkend in stilte, genegeerd in publiek.
Weerbaarheid
Maar Meunier had nooit iets met kronen. Hij kende de regen, de vorst, de schimmel op zijn bladeren. Hij wist wat het was om te overleven zonder bescherming. Zijn kracht lag niet in afstamming, maar in weerbaarheid. In spanning en frisheid, in het vermogen om als Blanc de Noirs rechtop te blijven zonder steun, zonder schildknapen, zonder heraldiek. Hij spiegelt zichzelf, ongefilterd, zonder schijn, zonder masker.
Laat hen maar Pinot zijn.
Meunier volstaat.