Druif
Gamay
Verbannen door een hertog, verguisd als boerenwijn, en toch uitgegroeid tot een van de meest geliefde druiven van Frankrijk. Gamay heeft een geschiedenis die leest als een rehabilitatie.
Origine
Gamay vindt zijn oorsprong in het gelijknamige dorp ten zuiden van Beaune in Bourgogne, waar de druif voor het eerst wordt vermeld in de veertiende eeuw. Na de verwoestingen van de Zwarte Dood bood ze een welkome oplossing voor wijnboeren: Gamay rijpte ongeveer twee weken vroeger dan Pinot Noir, was productiever en eenvoudiger te telen. Bovendien leverde ze sappige, fruitige wijnen op die snel populair werden.
Dat succes viel niet in de smaak bij de Bourgondische hertogen. In 1395 verbood Filips de Stoute de aanplant en noemde hij de druif "zeer slecht en ontrouw". Volgens hem leverde Gamay eenvoudige wijnen op en nam ze kostbare wijngaarden in beslag die beter geschikt waren voor de prestigieuze Pinot Noir. Enkele decennia later bevestigde Filips de Goede het verbod.
Zo verhuisde Gamay geleidelijk zuidwaarts, naar de granietbodems van de Beaujolais. Daar vond de druif uiteindelijk haar ideale thuis.
Light body
Verspreiding
Vandaag is Gamay onlosmakelijk verbonden met Beaujolais, waar veruit het grootste deel van de wereldwijde aanplant te vinden is. Daarnaast komt ze voor in de Loire, de Savoie en delen van Zwitserland, waar ze eveneens frisse en elegante rode wijnen voortbrengt. Buiten Europa wordt Gamay op kleinere schaal verbouwd in Canada, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Australië.
De absolute top van Beaujolais vind je in de tien crus, elk met een eigen terroir en wijnstijl: Saint-Amour, Juliénas, Chénas, Moulin-à-Vent, Fleurie, Chiroubles, Morgon, Régnié, Brouilly en Côte de Brouilly.
Terroir
Gamay voelt zich het best thuis op arme, goed drainerende bodems van graniet, leisteen en zand. Vooral de roze granietbodems van Noord-Beaujolais geven de druif haar kenmerkende combinatie van frisheid, mineraliteit en finesse.
Het relatief koele klimaat zorgt ervoor dat Gamay haar levendige zuren behoudt, terwijl de druif voldoende rijpt om expressieve aroma's van rood en zwart fruit te ontwikkelen. Op rijkere kleibodems ontstaan doorgaans vollere en krachtigere wijnen, terwijl graniet eerder voor elegantie en spanning zorgt.
Kenmerken
Gamay produceert middelgrote trossen met relatief dunne schillen en een natuurlijk hoge zuurgraad. De wijnen zijn licht tot middelzwaar van kleur, met zachte tannines en een uitgesproken fruitig karakter.
Typische aroma's zijn aardbei, framboos, kers, rode bes en viooltjes, vaak aangevuld met tonen van banaan, snoep of kauwgom wanneer de wijn via koolzuurmaceratie is gemaakt. De betere Gamay-wijnen ontwikkelen met flesrijping meer complexiteit, met specerijen, bosgrond, gedroogde bloemen en soms een vleugje truffel.
Hoewel de druif bekendstaat om haar toegankelijke stijl, bewijzen de beste crus dat Gamay ook geconcentreerde, complexe en uitstekend bewaarbare wijnen kan voortbrengen.
Carbonische maceratie
Een groot deel van Gamay's herkenbare stijl is te danken aan carbonische maceratie. Daarbij gaan volledige druiventrossen in een afgesloten tank gevuld met koolstofdioxide, waar de vergisting binnenin de intacte druiven start, zonder contact met zuurstof.
Het resultaat: zeer fruitige aroma's, weinig tannines en een bijzonder soepele structuur. Die typische geuren van banaan, framboos, snoep en viooltjes zijn er het handelsmerk van.
De techniek maakt de wijn ook snel drinkbaar, en is daarmee onlosmakelijk verbonden met Beaujolais Nouveau. Dat verhaal begon in de negentiende eeuw, toen de eerste wijn van het nieuwe oogstjaar via de Saône naar de bistro's van Lyon werd gevoerd. Bij aankomst verschenen overal borden met de beroemde boodschap "Le Beaujolais est arrivé!". Vanaf de jaren zestig groeide het uit tot een internationaal fenomeen, en sinds 1985 bepaalt het INAO dat de wijn officieel vrijkomt op de derde donderdag van november.
Synoniemen
Gamay heet voluit Gamay Noir à Jus Blanc, wat verwijst naar de blauwe schil met kleurloos sap. Daarnaast draagt de druif lokale namen als Gamay Beaujolais, Bourguignon Noir, Petit Gamai en Lyonnaise. In Zwitserland en de Savoie spreekt men gewoon van Gamay.
Wist je dat
Tot 1927 mocht Gamay gebruikt worden voor de productie van Champagne. Na een verbod en een overgangsperiode van achttien jaar verdween de druif geleidelijk uit de appellatie. De laatste Champagne waarin Gamay verwerkt werd, dateert van 1952.