Druif
Sangiovese
Sangiovese is de meest aangeplante druif van Italië en het gezicht van de Toscaanse wijnbouw. Van eenvoudige Chianti tot de grootse Brunello: geen enkele variëteit toont zo goed hoe bepalend terroir en rijping zijn.
Origine
Sangiovese duikt voor het eerst op rond 1600, in een verhandeling van Giovanni Vettorio Soderini over de wijnbouw in Toscane, onder het synoniem Sangiogheto. Die naam gaat waarschijnlijk terug op Sanguis Jovis, "bloed van Jupiter". Volgens de overlevering bedachten de monniken van Santarcangelo di Romagna hem toevallig, toen een bezoeker vroeg hoe deze druif heette. Tot dan noemden ze hem eenvoudigweg vino.
Lang ging men ervan uit dat de druif in Toscane ontstond. In 2004 toonde DNA-onderzoek echter aan dat Sangiovese een kruising is tussen Ciliegiolo en Calabrese di Montenuovo. Die eerste ouder verraste niemand, want Ciliegiolo is een bekende Toscaanse variëteit. De tweede des te meer: Calabrese di Montenuovo is een vrij onbekende druif van een heuvel ten westen van Napels, die pas ontstond na een vulkaanuitbarsting in 1538.
Medium body
Verspreiding
Sangiovese domineert het landschap van Centraal-Italië en is de belangrijkste druif in de Toscaanse blends. Daarnaast vind je aanplant in Umbrië en Campanië. Buiten Italië is Corsica de meest opmerkelijke groeiregio, en ook in Argentinië en Californië wordt de druif geteeld, waar het warme, droge klimaat de juiste omstandigheden biedt.
Terroir
Sangiovese gedijt in uiteenlopende omgevingen, maar presteert het best in warmere klimaten waar deze laat rijpende druif de tijd krijgt om volledig af te rijpen. Een leemachtige bodem komt de kwaliteit ten goede, terwijl een te hoge ligging net ongunstig is voor de rijping.
De diepe wortels maken de plant bestand tegen droogte en zorgen voor een royale opbrengst, wat het belang van rendementsbeheersing des te groter maakt.
Kenmerken
Deze druivensoort groeit krachtig, maar is door haar dunne schil gevoelig voor grauwe schimmel. Het rijpingsproces verloopt traag.
De wijnen hebben doorgaans een diepe kleur, een gematigde zuurgraad, een variabel fruitprofiel en wisselende tannines. Precies die veranderlijkheid maakt Sangiovese zo boeiend: dezelfde druif levert van eenvoudige, sappige wijnen tot uiterst complexe en bewaarkrachtige flessen op.
Klonen en families
Binnen de variëteit onderscheidt men twee grote families, elk met hun eigen uitdrukking.
Familie Kloon en herkomst Sangiovese Piccolo Morellino, langs de Toscaanse kust Sangiovese Piccolo Sangiovese di Romagna Sangiovese Grosso Prugnolo Gentile, Vino Nobile di Montepulciano Sangiovese Grosso Brunello, Montalcino
Synoniemen
Sangiovese draagt tal van lokale namen, waaronder Sangiogheto, Sangioveto, Brunello, Prugnolo Gentile, Morellino, Nielluccio (op Corsica) en Calabrese. Hoewel ze regionaal verschillen, verwijzen ze naar dezelfde druivenvariëteit.
Wist je dat:
Een Chianti moet voor minstens 80 % uit Sangiovese bestaan, maar mag aangevuld worden met andere druiven. De lokale Canaiolo voegt rokerige tonen toe, terwijl Cabernet Sauvignon kracht aan de blend geeft.
De term nobile verwijst naar de adel die vroeger in Montepulciano woonde. Om hen te behagen introduceerde men deze wijn, gemaakt van minstens 70 % Sangiovese en met een minimale rijping van twee jaar op eiken vaten. Die norm geldt sindsdien als standaard voor een hoogwaardige wijn uit de streek.
Een absolute topwijn. Brunello is de lokale naam voor de Sangiovese-druif zoals die groeit op de heuvels rond Montalcino. Deze wijnen zijn iets donkerder van kleur, voller van smaak en vaak complexer dan Chianti.