Interview

Giacomo Barbero

11.08.2025 · Lorenz Verstraete

Giacomo Barbero
Giacomo Barbero

Kan je jezelf vertellen hoe het project Giacomo Barbero is ontstaan? Mijn wijnverhaal begint niet in een kelder, maar met een verlangen. Een verlangen om in het hart van Piemonte een wijnproject te creëren dat klein, puur en ambachtelijk is. Ik droomde ervan om terug te keren naar mijn roots – naar Roero, het land van mijn voorouders – en daar wijnen te maken die echt iets vertellen. Geen compromis, geen massaproductie, maar flessen waarin je het ritme van de seizoenen proeft en de adem van de heuvels voelt. Zo is het project Giacomo Barbero geboren.

Je familie heeft een lange wijnbouwtraditie. Welke rol speelde je vader in jouw benadering van wijn? Mijn passie voor wijn kreeg ik letterlijk met de paplepel mee. Aan mijn vaders kant zit wijn in het bloed. Mijn overgrootvader Giorgio Barbero begon al eind 19e eeuw met wijnbouw, en de generaties na hem bouwden dat verder uit. Uiteindelijk werd daaruit de Barbero Group geboren, een belangrijk bedrijf dat ook eigenaar was van een van de oudste wijnhuizen in de streek: Enrico Serafino. Mijn vader Gianni was jarenlang commercieel directeur bij dat huis, en nam me als kind vaak mee op sleeptouw. Ik liep met hem rond op beurzen, luisterde naar gesprekken met agenten en zag hoe wijn mensen verbond. Niet alleen in het glas, maar ook in het leven. Wat hij me doorgaf, is dat wijn in de eerste plaats over mensen gaat. Over verhalen. Over emotie.
Je koos eerst voor een andere studierichting. Wanneer besefte je dat je wijnmaker wilde worden? Tijdens mijn universiteitsjaren werkte ik zomers in een klein familiaal wijndomein in mijn geboortedorp Canale. Daar stond ik in de kelder, hielp bij de vinificatie, en begeleidde proeverijen met klanten. Maar het echte keerpunt kwam pas later, tijdens een winter in 2014. Ik had net mijn diploma economie en financiën behaald en stond op het punt om een stage te beginnen bij een grote investeringsbank. Mijn ticket was geboekt, mijn toekomst leek uitgestippeld. Maar toen ik voor het eerst zelf druivenstokken begon te snoeien in de kou van de wijngaard, voelde ik iets verschuiven. Die handeling, dat ritme, dat contact met de natuur – het raakte iets in mij dat geen kantoor ooit had kunnen doen.

Een week voor vertrek naar de bank annuleerde ik alles. Ik wist: dit is mijn pad. Niet de wereld van cijfers, maar die van aarde, druiven en wijn.

Waarom koos je voor Roero als uitvalsbasis?
Soms kies je een plek, maar soms kiest een plek jou. Zo voelt het voor mij met Roero. Ik ben hier geboren, mijn wortels liggen in deze heuvels, en elke meter van deze grond vertelt een verhaal dat ik van kindsbeen af heb leren kennen.

Het was voor mij dan ook vanzelfsprekend dat mijn wijnen hier moesten ontstaan. Niet met internationale druiven of trendy technieken, maar met wat hier thuishoort: Nebbiolo, Barbera, Arneis, Favorita. Ik wil wijnen maken die geworteld zijn in de identiteit van Roero – wijnen die niet zomaar uit deze streek komen, maar ervoor spreken en DOCG-wijnen van de streek tot leven te brengen.

Hoe zou je het terroir van Valmaggiore omschrijven, en hoe beïnvloedt het je wijnen?Valmaggiore, in Vezza d’Alba, is een plek van contrasten – en dat is net zijn kracht. Overdag kan het warm zijn, maar ’s nachts daalt de temperatuur flink. Die thermische schommeling zorgt voor wijnen met een spannende spanning tussen frisheid en rijpheid.
De bodem is complex: lagen van kalkrijke leem, afgewisseld met zand en kiezel. Er zit karakter in deze grond, mineraliteit, diepte. Het is geen toeval dat deze plek beroemd is geworden voor Nebbiolo. De druif voelt zich hier thuis, en vertaalt de finesse en gelaagdheid van het terroir rechtstreeks in het glas.

Je werkt veel met inox, Wat motiveert die keuze? Inox is voor mij een bewuste keuze, geen noodoplossing. Roestvrij staal is neutraal en laat me toe om de puurheid van de druif te bewaren, zonder invloeden van buitenaf. Het respecteert het werk dat in de wijngaard gebeurt en legt geen filter over het eindresultaat.

Ik hou van wijnen met levendigheid, met spanning, met fraîcheur. Dankzij inox kan ik die helderheid behouden, jaar na jaar, druif na druif.

En toch gebruik je ook houten vaten? Absoluut. Al bij mijn eerste oogst in 2016 begon ik met hout – voorzichtig, met tonneaux van 500 liter voor Barbera en Nebbiolo. Maar hout gebruik ik nooit om te domineren. Het is er om te ondersteunen, om structuur en diepgang te geven waar de druif erom vraagt.

In 2017 investeerde ik in mijn eerste grote Sloveense eiken foeder voor wat nu mijn vlaggenschip is: Roero DOCG Riserva Valmaggiore. Dat is geen wijn die elk jaar verschijnt, enkel in uitzonderlijke jaargangen waarin alles klopt.

Hout is voor mij geen stijlkeuze, maar een vorm van luisteren. Naar de druif. Naar het jaar. Naar het potentieel van de wijngaard. Als dat op één lijn zit, dan kan hout iets magisch doen.

Hoe zie je de toekomst van Roero? Roero is volop in beweging. In de komende tien jaar moeten we durven investeren in kwaliteit, in precisie. We hebben fantastische cru’s en microzones, die we beter in kaart moeten brengen. Zowel Nebbiolo als Arneis verdienen het om in hun meest verfijnde vorm geproefd te worden – met een evenwicht tussen elegantie, structuur en karakter.

Wat me zorgen baart, zijn de gevolgen van klimaatverandering: droogte, grillige weersomstandigheden, voorjaarsvorst, plotse hagel. Dat dwingt ons tot aanpassing, maar ook tot nederigheid.

Tegelijk ben ik bijzonder hoopvol over Arneis. Die druif heeft zoveel meer potentieel dan vaak gedacht. Jong is hij fris en expressief, maar met wat rijping toont hij een minerale ruggengraat en een stille grandeur die echt indruk maakt.

Je werkt duurzaam. Hoe vertaal je dat in praktijk? Voor mij betekent duurzaamheid niet alleen energie besparen of een paar zonnepanelen plaatsen – het gaat om zorg dragen voor alles wat de wijn beïnvloedt, van bodem tot glas. In de wijngaard werken we volgens een duurzaamheidsprotocol van de regio Piemonte, waarbij we alleen ingrijpen wanneer het echt nodig is. Dankzij weerstations verspreid over de Roero-heuvels kunnen we precies afstemmen wanneer en hoe we werken, waardoor we de bodem sparen en de planten gezond houden.

Ook in de kelder zetten we bewust in op hernieuwbare energie. We hebben zonnepanelen geïnstalleerd en streven ernaar dit in de komende jaren verder uit te breiden. Maar het gaat me niet alleen om cijfers of wattages: elk detail telt om wijnen te maken die in balans zijn met het terroir, met het klimaat en met onze ethiek. Voor mij is duurzaamheid een filosofie die door alles heenloopt, van hoe we de wijnstokken snoeien tot hoe het licht de vaten verwarmt. Zo ontstaan wijnen die niet alleen puur en elegant zijn, maar ook het respect voor de natuur en de toekomst weerspiegelen.

Is er een wijn waar je een speciale band mee hebt? Zonder twijfel: Barbera d’Alba Superiore Montorone. Als kind stond er altijd Barbera op tafel bij mijn grootouders en ouders – het was de geur en smaak van thuis.
Montorone is mijn persoonlijke ode aan die herinnering, maar ook een expressie van wat Barbera kán zijn: rijk, gestructureerd, rijp fruit (denk aan kersen), verweven met fluweelzachte tannines van Frans eikenhout. Hij rijpt 18 maanden in tonneaux en ontwikkelt een elegantie die me telkens weer raakt.

Wat is je grote ambitie met je domein? Ik wil wijnen maken die het verhaal van Roero vertellen. Geen kopieën, geen modeverschijnselen, maar flessen waarin je voelt waar ze vandaan komen. Mijn droom is dat mensen het etiket Giacomo Barbero herkennen als synoniem voor herkomst, voor ziel, voor terroir. Niet omdat het een naam is, maar omdat het een plek is die spreekt.