Over wijn

Pannobile

12.08.2024 · Lorenz Verstraete

Negen wijnmakers, één dorp aan het Neusiedlermeer, en de overtuiging dat je geen internationale stijl nodig hebt om grootse wijn te maken. Pannobile ontstond uit verzet en werd een van de meest eigenzinnige verhalen van de Oostenrijkse wijnbouw.

Tegen de stroom in

Midden jaren tachtig ging er een revolutie door de Oostenrijkse wijnbouw. Wijnmakers omarmden de nieuwste keldertechnieken en zetten vol in op internationale druivenrassen, in de overtuiging dat hun wijnen zo meer waard zouden worden. Het getuigde van nieuw zelfvertrouwen: eindelijk durfden Oostenrijkse producenten hun wijngaarden te vergelijken met die van de gevestigde regio's elders in Europa.

Die moderniseringsdrang had een keerzijde. Vanuit ons huidige perspectief zorgde ze voor een zekere eenvormigheid in smaak, en boette de regionale eigenheid van de wijnen aan kracht in. Al viel er weinig af te dingen op het commerciële succes, want de internationale stijl verkocht uitstekend en bleek een noodzakelijke stap in de kwaliteitssprong die het land maakte.

Pannobile

Maar niet iedereen ging mee. In Gols, een wijndorp aan de noordoostelijke oever van het Neusiedlermeer, kwam een groep wijnvrienden regelmatig samen met een ander idee over wat premiumwijn uit hun geboortestreek zou moeten zijn. Niet modern, niet internationaal, maar gericht op terroir, karakter, klimaat en lokale druivenrassen.

Een visie is één ding, ze waarmaken iets heel anders. In 1994 richtten zeven wijnmakers een vereniging op die hun losse ideeën moest omzetten in concrete doelen, met een platform om die te bewaken: Paul Achs, Matthias Beck, Hans Gsellmann, Gernot Heinrich, Matthias Leitner, Hans Nittnaus en Helmuth Renner. Gerhard Pittnauer sloot aan in 1998, Claus Preisinger in 2004.

De naam kwam van Hans Nittnaus en zegt eigenlijk alles. Pannonia is hoe de Romeinen deze streek noemden, waarmee herkomst meteen het eerste criterium werd. En nobile staat voor edel, rijk aan inhoud, genereus.

De druiven

Een Pannobile weerspiegelt de lokale druivenrassen, de bodems en het bijzondere microklimaat van de beste percelen tussen Neusiedl am See en Halbturn. Volgens de wijnwet moet het een droge kwaliteitswijn zijn. Hij mag uit één ras bestaan, maar is meestal een cuvée, en dat is geen toeval: de uiteenlopende bodems en microklimaten rond Gols brachten juist een verscheidenheid aan rassen voort, in plaats van één dominante druif.

Sinds de oogst van 2006 komen er voor de rode Pannobile enkel nog drie inheemse variëteiten in aanmerking: Zweigelt, Blaufränkisch en St. Laurent.

Zweigelt

Deze vroegrijpende druif houdt van lichte, humusrijke bodems en komt het best tot zijn recht op hogere, koelere plekken. Op de rode grindbodems aan de zuidrand van de Parndorfer Platte en in het kalkrijke bovendeel van de Golser Wagram ontwikkelt hij naast zijn gebruikelijke fruit ook florale toetsen en een uitgesproken kruidigheid, gedragen door sappige tannines. In een cuvée brengt Zweigelt vooral sappigheid en diepte.

Blaufränkisch

De laatrijpende Blaufränkisch heeft de warmste percelen van de Wagram nodig om zijn volle complexiteit te tonen, en weerspiegelt het karakter van die percelen als bijna geen andere druif. Van hellingen met zand, leem en kalk komen sappige, fruitige wijnen met een fijne, gracieuze structuur.

Je vindt er de zwarte bes en kers die zo eigen zijn aan de variëteit, maar evengoed die typische Blaufränkisch-kruidigheid: kruidige en groene toetsen met subtiel zoethout. Daaronder ligt een frisse zuurgraad die de wijnen levendig houdt en hun elegantie onderstreept, met fijne tannines die voor stevigheid zorgen. Samen levert dat gelaagde wijnen op met precies fruit, veel spanning en een lange afdronk. In de cuvée voegt Blaufränkisch kruidigheid, structuur, elegantie en lengte toe.

St. Laurent

Ook vroegrijpend, en ook op zoek naar hoger gelegen, koelere percelen zoals die aan de zuidrand van de Parndorfer Platte met hun ijzerrijke grindbodems. Met zicht op het Neusiedlermeer profiteert de druif hier van de thermiek, wat resulteert in een pittig karakter met bosbes. De heldere, strakke aroma's lopen mooi door op het gehemelte. St. Laurent brengt finesse en structuur in een cuvée, en zijn kenmerkende zuurgraad houdt het geheel fris en levendig.

Wanneer wordt een wijn Pannobile?

Elk lid stelt zijn eigen assemblages samen. Vervolgens komen die op tafel bij de andere leden, in gezamenlijke blinde proeverijen waar kritiek en suggesties niet worden gespaard. Zo wordt de perfecte samenstelling gezocht, jaargang na jaargang. Die proeverijen zijn de belangrijkste kwaliteitsgarantie in het hele proces.

Pas wanneer een wijn voldoet aan de strenge eisen rond kwaliteit en typiciteit van álle negen producenten, mag hij gebotteld en verkocht worden onder de naam Pannobile.

Het bijzondere is dat die zelfopgelegde beperkingen de wijnen niet uniform maken. Ondanks alle regionale overeenkomsten draagt elke Pannobile de onmiskenbare handtekening van zijn maker. Per jaargang gaat het om maximaal negen rode wijnen en drie à vier witte.

In hun jeugd zijn Pannobile-wijnen uitgesproken fruitig en daardoor meteen toegankelijk. Met flesrijping komen er rijke, pittige smaken bij zonder dat het fruit verdwijnt, waardoor deze wijnen jarenlang meegaan.